|
In het laatste jaar van de master Urban Design & Planning moet je kiezen voor één van de afstudeerateliers; binnen dit atelier werk je zelfstandig aan je afstudeeropdracht, maar dan wel met een gezamenlijk thema. Daarnaast is het mogelijk om binnen de leerstoel urbanistiek een afstudeerproject te doen. Dit laatste kan in heel goed in combinatie met een R&D certificaat van de master DDSS.
Er bestaan momenteel 3 ateliers. Deze worden georganiseerd binnen de capaciteitsgroep Stedebouw, informatie over deze ateliers is overgenomen van de website van de capaciteitsgroep Stedebouw. Je kunt hier ook terecht voor meer informatie over het afstuderen.
Civic space Het afstudeeratelier ‘Civic Space’ richt zich op stedebouwkundige vraagstukken die zijn gerelateerd aan de vormgeving en het functioneren van de openbare ruimte. Het begrip ‘openbare ruimte’ roept associaties op met de vormgeving van straten en pleinen en met beroemde voorbeelden zoals de Ramblas in Barcelona of de Campo in Sienna. Het analyseren en ontwerpen van stedelijke ruimten, op het scheivlak van architectuur en stedebouw, valt zeker onder het begrip ‘Civic Space’, maar het probleemveld is veel ruimer. Het begint met de vraag wát openbare ruimte is en wat het voor de maatschappij betekent; Is het bijvoorbeeld een ‘neutrale’,‘onbepaalde’ ruimte, of is het juist een ruimte die zorgvuldig wordt beheerd; kan alle fysiek toegankelijke ruimte ‘openbaar’ worden genoemd of is van openbaarheid alleen sprake onder bepaalde condities; is de ‘openbare ruimte alleen een fysiek ruimte of behoort bijvoorbeeld het internet tot de openbare ruimte; enzovoorts.
Herstructurering Gezien de breedte van het onderwerp wordt het aandachtsveld ingekaderd. De aandacht binnen het atelier zal vooral gericht zijn op herstructureringsopgaven met een strategisch karakter, dat wil zeggen: op die stedebouwkundige en architectonische ingrepen die een katalysator kunnen zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Richtpunt voor de in het kader van het atelier te maken ontwerpen is het niveau van stedebouwkundig-architetonische ensembles tot wijkniveau. Het is echter niet de bedoeling het schaalniveau van de opgaves op klassieke manier af te bakenen. Elke opgave binnen het moderne stedelijk veld snijdt als het ware door alle schaalniveau's heen, van de directe omgeving tot de globale context, dat zal in de projecten moeten worden meegenomen. Het ligt verder in de aard van de actuele opgave materie dat het bij voorstellen voor strategische ingrepen niet gaat om 'eindplannen' en 'eindontwerpen'.
Off the map Het doel van het afstudeeratelier is het samenstellen van een gids voor een ‘oninteressant gebied’, een gebied ‘off the map’. Het maken van kaarten staat hierbij centraal: ‘of the map’. De dubbele operatie, analyse van bovenuit en exploratie van onderuit, bepaalt de manier van werken. De nadruk ligt op de exploratie van onderuit. Het atelier reikt drie exploratiemethoden aan. Het codewoord is selectie. Om niet in de massa aan materiaal te verzuipen moet je selecteren. Op het terrein zijn oogkleppen verplicht. De aangereikte methodes zijn dus filtermethodes. (…) Elk gebied vraagt om een eigen methode. Op basis van deze drie methodes zal de student dan ook zijn eigen exploratiemethode destilleren, op maat van zijn gebied. Door voortdurend te verspringen tussen analyse van bovenuit en exploratie van onderuit komt een logica van het gebied boven drijven en worden de potenties en problemen leesbaar. Het gebied is in kaart gebracht.
R&D certificaat Het is ook mogelijk om binnen de master UDP een afstudeeropdracht te volgen bij de capaciteitsgroep urbanistiek. Hiebrij kun je ook gebruik maken van het traject die de master DDSS mogelijk maakt in combinatie met een R&D certificaat. |