|
Studiereisopdracht
Aan de studiereis is ook een opdracht van 2 ECTS gekoppeld. Het is de bedoeling dat er een achtergrondstudie wordt verricht naar een van de thema’s weergegeven op de volgende pagina. Uit deze studie komen een viertal producten:
1. Een werkstuk met voornamelijk kaart/beeldmateriaal met daarbij een begeleidende tekst voor de reader. Het is van belang dat er een bepaalde diepgang wordt bereikt in de informatie, dit zal in de beoordeling van de opdracht worden meegenomen. De reader wordt vooraf aan de reis naar New York verspreid onder de studenten en in zekere zin bepalen jullie dus de kwaliteit van informatie voor de studiereis. Door als het ware zelf de informatie voor de reader te verschaffen krijg je meer inzicht in het onderwerp en weet je, voor je op reis gaat, al het nodige van New York af.
2. In het programma komen alle onderstaande onderwerpen naar voren en er wordt van jullie verwacht dat er op locatie een korte presentatie van het gekozen onderwerp wordt gegeven. Het is niet mogelijk om een powerpoint-presentatie te geven. Let op: Jullie zijn zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigd beeldmateriaal! De onderstaande onderwerpen zijn vaak te koppelen aan een locatie. Eventuele suggesties wat we voor jullie presentatie moeten bezichtigen, gelieve voor half april aan de studiereiscommissie door te geven.
3. De hierboven vermelde studie zal in de eerstvolgende VIAVIA verschijnen in een verkorte versie. Gezien de studie reeds door jullie zal zijn uitgevoerd, zal het een kleine moeite zijn om van het geschreven studie een verkorte versie met toelichtend beeldmateriaal bij VIA aan te leveren. Alle studies zullen dus door andere TU-studenten worden gelezen en het is een leuke terugblik aan een geweldige reis.
4. Ten slotte wordt gekeken hoe het onderwerp betrekking kan hebben op Eindhoven. Het spreekt voor zich dat Eindhoven verschilt van New York, maar de vraag is wat Eindhoven van New York kan leren. Het eindproduct hiervan is een poster op A1 formaat met voornamelijk beeldmateriaal en een korte toelichting (max. 250 woorden). Deze posters komen in een publiekelijk toegankelijke expositie in Eindhoven te staan.
Deze opdracht zal worden uitgevoerd in groepjes van 2 á 3 personen. De groepjes mogen zelf worden samengesteld. Er mag worden ingeschreven op een top 3 van onderwerpen (zie volgende pagina’s). De reiscommissie zal vervolgens een onderwerp per groepje toewijzen. Er zijn acht thema’s die allen gevuld moeten worden. Lever voor vrijdag 12 februari je voorkeur top 3 in per e-mail (
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots, u heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
/
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots, u heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
). Heb je dit niet voor deze datum gedaan, dan bepaalt de studiereiscommissie welk thema je mag doen. Let op: er is geen garantie dat je ook daadwerkelijk je voorkeur krijgt, wij proberen hier wel zoveel mogelijk rekening mee te houden.
Het eerste deel van de opdracht dient voor 16 april uitgeprint te worden ingeleverd bij de docenten Michiel Dehaene en Sophie Rousseau. Daarnaast dient de opdracht digitaal aan de studiereiscommissie van VIA te worden aangeleverd. Te laat inleveren heeft gevolgen op de beoordeling! Op de volgende pagina’s zullen de verschillende thema’s worden toegelicht.
1. Hoogbouw
Het beeld van Manhattan is onlosmakelijk verbonden met de wolkenkrabber. Die is zowel het product van omstandigheden (de beschikbare technologie, economische groei, opeenvolgende vastgoedbubbles), maar ook specifieke beslissingen die de vorm van de wolkenkrabber doorheen de tijd hebben bepaald. Denk daarbij aan de open gridstructuur, the standard state zoning enabling act, opgesteld door een commissie geleid door Edward Basset in het begin van de vorige eeuw en verantwoordelijk voor de typische wedding cake skyscrapers; de introductie van incentive zoning en ‘transfer of development right’ regelingen in de jaren ‘60. De wolkenkrabber is in dit verband te zien als een typologie. Niet alleen ruimtelijk, maar ook met betrekking tot de georganiseerde vastgoedspeculatie is de hoogbouw erg interessant. Zo kan bijvoorbeeld de lucht boven een gebouw verhandeld worden en extra ontwikkelingsmogelijkheden verworven worden in ruil voor publieke investering. Bij het onderwerp ‘hoogbouw’ dient te worden onderzocht hoe deze hoogbouw tot stand is gekomen en welke beperkingen en exploitatiemogelijkheden aan hoogbouw zijn verbonden.
Literatuurtips: + Bradford Landau, S., Condit, C.W. (1996) ‘Rise of the New York skyscraper 1865-1913’, London, Yale University Press, 1996 + Carol Willis, ‘Form follows finance, skyscrapers and skylines in New York and Chicago’, New York, Princeton Architectural Press, 1995 + Jerold S. Kayden, ‘Privately owned Public Space: The New York Experience’, London, John Wiley & Sons, 2000 Manfredo Tafuri, ‘The disenchanted mountain’, in Tafuri, Dalco, et al. The American City, From the Civil War tot the New Deal, London, Granada, 1980 + Paul E. Cohen, Robert T. Augustyn, ‘ Manhattan in Maps 1527-1995’ New York, Rizzoli, 1997 + Rem Koolhaas, ‘Delirious New York’, New York, NY Monacelli, 1994 + Susan S. Fainstein, ‘The City Builders. Property Development in New York and London 1980-2000’, Oxford, Blackwell, 1994
2. Parken – park movement
Het meest bekende park van New York is Central Park. Het is mogelijk om dagen in het park rond te dwalen. Het park is aangelegd voor de verzoening van stad en natuur. De ontwikkeling van park-systems is een sterke Amerikaanse traditie. Olmsted, de ontwerper van Central Park, lag aan de basis van de ontwikkeling van het regionale park-systeem van Boston. De park-movement die campagne voerde voor meer groen in de steden en voor de inpassing van stedelijke ontwikkeling in ruim verband maakt deel uit van een internationale beweging die sterk beïnvloed is door de tuinstad beweging. Een aantal van de lijnen uitgezet door deze planningpioniers komen in de tussenoorlogse periode samen in het Regional Plan of New York (onder de leiding van Thomas Adams (een Brit)) en in de ideeën van de RPAA – die als een soort schaduwkabinet van het officiële regionale plan heeft gefungeerd. De taak bij dit onderwerp is het verdiepen in de park-movement en de regionale planning van New York.
Literatuurtips: + Andrew Jackson Downing, ‘The Park and the Town: Public Landscape in the 19th and 20th Centuries’, Londen, Architectural Press, 1966 + Edward K. Spann, ‘Designing Modern America. The Regional Planning Association of America and Its Members’, Columbus, Ohio State University Press, 1996 + Mark Luccarelli, ‘Lewis Mumford and the Ecological Region’, New York: Guilford Press, 1995 + Peter Hall, ‘Cities of Tomorrow. An Intellectural History of Urban Planning and Design in the Twentieth Century’, Oxford: Blackwell, 1988 + Roy Rosenzweig, Elizabeth Blackmar, ‘The Park and the People: a History of Central Park’, New York, H. Holt and Co., 1994
3. Planningsperiode Moses
Een persoon die in de ontwikkeling van New York zeker niet vergeten mag worden is Robert Moses. Hij was halverwege de 20e eeuw de ‘Master builder’ van New York City, Long Island en Westchester County, New York. Hij was de ‘schepper’ van de moderne stad, de stad van morgen. Moses heeft veel invloed gehad op de infrastructuur met het snelwegbouwprogramma en de verschillende uitbreidingen van de stad. Jane Jacobs heeft echter wel kritiek op Moses dat leidt tot veranderende gedachtegangen binnen de ruimtelijke ontwikkeling. De opgave bij dit onderwerp is te verdiepen in de beginselen en uitwerkingen van Robert Moses en hoe deze nog steeds in de hedendaagse New York City zichtbaar zijn.
Literatuurtips: + Anthony Flint, ‘Wrestling with Moses: How Jane Jacobs took on New York’s masterbuilder and transformed the American City’, New York, Random House, 2009 + Peter Hall, ‘Cities of Tomorrow. An Intellectural History of Urban Planning and Design in the Twentieth Century’, Oxford, Blackwell, 1988. + Robert Caro, ‘The Power Broker, Robert Moses and the Fall of New York’, Vintage, 1975. En een aantal nieuwe minder polemische studies over het werk en de verdienste van Moses
4. Sociale Woningbouw
Terwijl je door de lens van de wolkenkrabber New York als georchestreerde vastgoedspeculatie kunt bekijken dan staat daar tegelijk een traditie van sociale huisvesting tegenover die ten aanzien van de markt corrigerend optreed. Een bijzonder project uit de jaren ’70 is Roosevelt Island, dat voor 99 jaar is verhuurd aan State of New Yorks Urban Development Corporation. Op het eiland, een soort tegenwerld van Manhattan, staan voornamelijk huurwoningen, waaronder een cluster van Mitchel Housing (naar de regeling die door senator Mitchel is uitgewerkt) gebouwd door Jorge Luis Sert. De Mitchel-regeling voorziet in een mechanisme, waarbij je huur betaalt in functie van je inkomen. Het complex bevat ook een aantal collectieve voorzieningen. Dit is maar één van de interessante huisvestingsexperimenten die Manhattan rijk is. Documenteer en licht een aantal van die huisvestingsexperimenten toe.
Literatuurtips: + Richard Plunz, ‘A History of housing in New York City. Dwelling type and social change in the American metropolis’. New York: Columbia University Press, 1990
5. Waterfronten
De waterfronten van New York worden al enkele decennia heringericht. Van de oude havens en industriegebieden blijven er maar weinig behouden en sommige grote gebieden worden heringericht als een park met bijzondere functies (High Line). Onderzoek hoe de ontwikkelingen in deze waterfronten tot stand zijn gekomen en wellicht in de toekomst zich door zal ontwikkelen.
Literatuurtips: + Han Meyer, ‘City and Port: Transformation of Port Cities London, Barcelona, New York, Rotterdam’, International Books, Utrecht, 1999 + Kevin Bone, et al. ‘The New York waterfront: evolution and building culture of the port and harbor’, New York, Monacelli Press, 1997 + Raymond Gastil, ‘Beyond the edge: New York's new waterfront’, New York, Princeton Architectural Press, 2002
6. New York als migrantenstad
Door de eeuwen heen heeft New York City mensen vanuit de hele wereld aangetrokken om hier te komen wonen en werken. Op enkele plekken in de stad hebben mensen van verschillende cultuurachtergronden zich geconcentreerd en er zijn bij wijze van kleine steden binnen de stad ontstaan. Hierbij is te denken aan Chinatown, Little Italy en SoHo. Bijna de helft van alle chinezen in New York (300.000) wonen in Chinatown. Dit is in vergelijking met Nederland een bijzonder fenomeen aangezien deze mensen een ‘eigen wijk’ hebben waar hun cultuur tot uiting komt en het formaat van deze gebieden. Analyseer deze wijken ruimtelijk en bekijk hoe deze zich verhouden ten opzichte van de culturele achtergrond van de bevolkingsgroepen. Daarnaast is het interessant hoe de situatie in New York zich verhoudt ten opzichte van Nederland.
Literatuurtips: + Peter Kwong, ‘The New Chinatown: revised edition’ Hill and Wang (2nd edition), 1996
Website: http://www.urban.org/ (publications/407432.html) http://www.chinatown-online.com
7. Private public space
In veel steden worden gebieden door bedrijven hergestructureerd. De publieke ruimte wordt daarbij ook eigendom van deze bedrijven. Hierbij kan gedacht worden aan Business Improvement Districts. Een goed voorbeeld van geprivatiseerde stedebouw is Bryant Park. Tevens is incentive zoning een belangrijk onderdeel van de privatisering van de publieke ruimte. Het principe is dat bedrijven meer vrijheid krijgen om dichter te bouwen, maar dat daar tegenover wordt gesteld dat zij de openbare ruimte opwaarderen. In sommige wijken is het marktmechanisme zo ingericht dat de winkeliers en investeerders bijdragen aan de kwaliteit van de publieke ruimte. Onderzoek hoe deze privatisering werkt en tot stand is gekomen. Verwerk daarin projecten als Times-Square (positie van Koolhaas hierover is interessant), het Bryant park en de Meatpacking District.
Literatuurtips: + Jerold S. Kayden, ‘Privately owned public space: The New York City Experience’ John Wiley and Sons INC. 2002 + Michael Sorking, ‘Variations on a Theme Park, the new American city and the end of public space’, New York, + Hill and Wang, 1992 (waarin ook een tekst van Christine Boyer over south street sea port zit) + Setha Low en Neil Smith, ‘The Politics of Public Space’, London: Routledge, 2005. + Sharon Zukin, ‘The Cultures of Cities’, Cambridge, Blackwell, 1995 (en andere werken van deze auteur.)
8. Revival van oude wijken
Jane Jacobs geeft stevig commentaar op de planningsmethodieken van de jaren ‘60. Het abrupt slopen van wijken en er iets nieuws neerzetten verwerpt zij. De sociale samenhang die door de decennia heen is ontstaan, wordt in een keer weggevaagd. Voor deze gebieden komt een sociaal onsamenhangende wijk of buurt terug. Volgens Jacobs is het ook mogelijk een gebied te herwaarderen door middel van kleine ingrepen. Voorbeelden van revival van oude wijken zijn ‘the villages’ als Harlem, Dumbo en Williamsburg in Brooklyn. De geëngageerde inzichten van Jacobs zijn geleidelijk vertaald in veel hardere en normatievere concepten zoals ‘Defensible space’ (Newman) en ‘the broken window theory’ (Wilson and Kelling) die in de onderbouwing van een steeds professioneler beheer van de stad worden ingezet. De hele grassroots traditie die door Jane Jacobs in haar spraakmakende boek in beeld werd gebracht is weliswaar onder veranderende omstandigheden sterk getransformeerd, maar bestaat nog steeds en zorgt in een aantal gevallen voor grote betrokkenheid van bewoners bij de transformatie van wijken. Onderzoek de gedachtegangen van Jane Jacobs in samenhang van deze transformatie van wijken. Betrek in het onderzoek ‘gentrification’.
Literatuurtips: + Anthony Flint, ‘Wrestling with Moses: How Jane Jacobs took on New York’s masterbuilder and transformed the American City’, New York, Random House, 2009 + Bruno De Meulder, Michael Ryckewaert, Kelly Shanon (ed.), ‘Transcending the discipline. Urbanism & Urbanization as receptors of multiple practices, discourses, realities’. Osa Kuleuven, 2009 + Jane Jacobs, ‘The death and life of great American Cities’, Random House, 1993 + Lara Belkind, ‘The internet and the city. Blogging and Gentrification on New York’s Lower East Side’. Amsterdam, Boston [etc.] Elsevier [etc.]. Publication: ‘Political power and social theory (nr 19), 2008 + Niel Smith, ‘The new urban frontier: gentrification and the revanchist city, London, Routledge, 1996
Overige literatuur aanwezig in bibliotheek Bouwkunde: + Carol Willis, essays van Ann Buttenwieser, Paul Willen en James Rossant, ‘The lower Manhattan plan: the 1966 vision for Downtown New York’, New York, Princeton Architectural Press, The Skyscaper Museum, 2002 + Diane Shaw, ‘City building on the eastern frontier: sorting the new nineteenth-century city’, Baltimore, Johns Hopkins University Press, 2004 + The Museum of Modern Art New York, ‘Tall buildings’, New York, The Museum of Modern Art, 2003 + Jean-Louis Cohen, ‘New York’, Parijs, Citadelles-Mazenod, 2008 + Kevin Bone, ‘The New York waterfront: evolution and building culture of the port and harbor’, New York, The Monacelli Press, 1997 + Laura Rosen, ‘Top of the city: New Yorks hidden rooftop world’, Londen, Thames and Hudson, 1990 Michael Sorkin, ‘Starting from zero: reconstructing Downtown New York’, Londen, Routledge, 2003 + Robert A.M. Stern, Thomas Mellins, David Fishman, ‘ New York 1880: Architecture and Urbanism in the Gilded Age’, ‘ New York 1900: Metropolitan Architecture and Urbanism 1890-1915’, ‘ New York 1930: Architecture and Urbanism between the two World Wars’, ‘New York 1960; Architecture and urbanism between Second World War and the bicentennial’, ‘New York 2000: Architecture and Urbanism between the Bicentennial and the Millennium’, New York, Rizzoli, 1999, 1983, 1987, 1998 en 2006 + Saskia Sassen, ‘The global city: New York, London, Tokyo’, Princeton, Princeton University Press, 2001 + Stanley Greenberg, ‘Invisible New York: the hidden infrastructure of the city’, Londen, Johns Hopkins University Press, 1998
Overige Literatuur: + Norval White, Elliott Willensky, ‘ AIA Guide to New York City’, New York, Crown Publishers, 2002 |